Taalgds      


Spreken


  1. Hoe evalueer ik een (standaard) spreekopdracht?
  2. EVALUATIEFORMULIER SPREEKOPDRACHT
    Criteria Omschrijving Evaluatie
    Stiptheid Is je presentatie (tijdig) klaar? Ja - nee
    Opdracht Beantwoordt je spreekopdracht voldoende aan de opdracht (afgesproken duur, gepast doelpubliek, gepaste hulpmiddelen...)? Ja - nee
    Creativiteit/lay-out Heb je de inhoud op een creatieve of humoristische manier verwoord? Heb je voldoende aandacht besteed aan de lay-out van je powerpoint? Is je powerpoint voldoende functioneel? 0 - 1 ...
    Tempo, intonatie en woordkeuze Is je spreektempo voldoende gevarieerd? Vermijd je voldoende stopwoorden? Is je woordkeuze gevarieerd en rijk genoeg? 0 - 1 ...
    Oogcontact en lichaamstaal Kijk je je publiek (niet enkel de leerkracht) voldoende aan? Gebruik je je handen, je mimiek, je lichaam, … om dingen uit te drukken? Straal je voldoende enthousiasme en betrokkenheid uit? 0 - 1 ...
    Taalgebruik, toon, articulatie en volume Is je taalgebruik (woordkeuze, zinsbouw) voldoende correct? Is je taal voldoende aangepast aan je publiek of aan je tekstdoel (bijvoorbeeld zakelijk genoeg)? Probeer je het AN voldoende te benaderen? Spreek je luid en duidelijk genoeg? 0 - 1 ...
    Duidelijkheid en structuur Is je presentatie voldoende duidelijk gestructureerd (inleiding, midden, slot, gebruik van signaalwoorden…)? Is wat je vertelt duidelijk genoeg voor de luisteraar? Geef je voldoende achtergrondinformatie? 0 - 1 ...
    EVALUATIEFORMULIER SPREEKOPDRACHT
    Ja--Nee
    Je presentatie is (tijdig) klaar. - - Je presentatie is niet (tijdig) klaar.
    Ja--Nee
    Je spreekopdracht beantwoordt goed aan de opdracht (afgesproken duur, gepast doelpubliek, gepaste hulpmiddelen...) Je spreekopdracht beantwoordt voldoende aan de opdracht (afgesproken duur, gepast doelpubliek, gepaste hulpmiddelen...) Je spreekopdracht beantwoordt onvoldoende aan de opdracht (afgesproken duur, gepast doelpubliek, gepaste hulpmiddelen...) Je spreekopdracht beantwoordt niet aan de opdracht (afgesproken duur, gepast doelpubliek, gepaste hulpmiddelen...)
    21.50.50
    Je hebt de inhoud op een heel creatieve of humoristische manier verwoord. Je hebt veel aandacht besteed aan de lay-out van je powerpoint. Je powerpoint is heel functioneel. Je hebt de inhoud op een voldoende creatieve of humoristische manier verwoord. Je hebt voldoende aandacht besteed aan de lay-out van je powerpoint. Je powerpoint is voldoende functioneel. Je hebt de inhoud op een onvoldoende creatieve of humoristische manier verwoord. Je hebt onvoldoende aandacht besteed aan de lay-out van je powerpoint. Je powerpoint is onvoldoende functioneel. Je hebt de inhoud niet op een creatieve of humoristische manier verwoord. Je hebt (bijna) geen aandacht besteed aan de lay-out van je powerpoint. Je powerpoint is weinig functioneel.
    21.50.50
    Je spreektempo is heel gevarieerd. Je gebruikt nauwelijks stopwoorden. Je woordkeuze is heel gevarieerd en rijk. Je spreektempo is voldoende gevarieerd. Je gebruikt af en toe stopwoorden. Je woordkeuze is voldoende gevarieerd en rijk. Je spreektempo is onvoldoende gevarieerd. Je gebruikt redelijk veel stopwoorden. Je woordkeuze is onvoldoende gevarieerd en rijk. Je spreektempo is heel weinig gevarieerd (monotoon). Je gebruikt veel stopwoorden. Je woordkeuze is weinig gevarieerd en rijk.
    21.50.50
    Je kijkt je publiek voortdurend aan. Je gebruikt constant je handen, je mimiek, je lichaam, … om dingen uit te drukken. Je straalt veel enthousiasme en betrokkenheid uit. Je kijkt je publiek voldoende aan. Je gebruikt soms je handen, je mimiek, je lichaam, … om dingen uit te drukken. Je straalt voldoende enthousiasme en betrokkenheid uit. Je kijkt je publiek onvoldoende aan. Je gebruikt nauwelijks je handen, je mimiek, je lichaam, … om dingen uit te drukken. Je straalt onvoldoende enthousiasme en betrokkenheid uit. Je kijkt je publiek (bijna) niet aan. Je gebruikt (bijna) nooit je handen, je mimiek, je lichaam, … om dingen uit te drukken. Je straalt (heel) weinig enthousiasme en betrokkenheid uit.
    21.50.50
    Je taalgebruik (woordkeuze, zinsbouw) is correct. Je taal is zeer goed aangepast aan je publiek of aan je tekstdoel (bijvoorbeeld zakelijk genoeg). Je benadert het AN (zeer) goed. Je spreekt luid en duidelijk. Je taalgebruik (woordkeuze, zinsbouw) is voldoende correct. Je taal is voldoende aangepast aan je publiek of aan je tekstdoel (bijvoorbeeld zakelijk genoeg). Je benadert het AN voldoende. Je spreekt luid en duidelijk genoeg. Je taalgebruik (woordkeuze, zinsbouw) is onvoldoende correct. Je taal is onvoldoende aangepast aan je publiek of aan je tekstdoel (bijvoorbeeld zakelijk genoeg). Je gebruikt soms te veel dialect. Je spreekt soms te stil en te mompelend. Je taalgebruik (woordkeuze, zinsbouw) is weinig correct. Je taal is (bijna) niet aangepast aan je publiek of aan je tekstdoel (bijvoorbeeld zakelijk genoeg). Je spreekt heel dialectisch. Je spreekt vaak te stil en te mompelend.
    21.50.50
    Je presentatie is heel duidelijk gestructureerd (inleiding, midden, slot, gebruik van signaalwoorden…). Wat je vertelt is heel duidelijk voor de luisteraar. Je geeft veel achtergrondinformatie. Je presentatie is voldoende duidelijk gestructureerd (inleiding, midden, slot, gebruik van signaalwoorden…). Wat je vertelt is voldoende duidelijk voor de luisteraar. Je geeft voldoende achtergrondinformatie. Je presentatie is onvoldoende gestructureerd (inleiding, midden, slot, gebruik van signaalwoorden…). Wat je vertelt is onvoldoende duidelijk voor de luisteraar. Je geeft weinig achtergrondinformatie. Je presentatie is (bijna) niet gestructureerd (inleiding, midden, slot, gebruik van signaalwoorden…). Wat je vertelt is heel onduidelijk voor de luisteraar. Je geeft (bijna) geen achtergrondinformatie.
  3. Hoe geef ik een informatieve presentatie?
  4. Hoe geef ik ... een posterpresentatie | een powerpointpresentatie | een uiteenzetting?
  5. Hoe geef ik een overtuigende presentatie?
  6. Hoe hou ik een ... pitch | een pleidooi?
  7. Hoe geef ik een instructie?
  8. Hoe geef ik een activerende presentatie?