|
EVALUATIEFORMULIER SPREEKOPDRACHT
|
| Ja | - | - | Nee |
|
Je presentatie is (tijdig) klaar.
|
-
|
-
|
Je presentatie is niet (tijdig) klaar.
|
| Ja | - | - | Nee |
|
Je spreekopdracht beantwoordt goed aan de opdracht (afgesproken duur,
gepast doelpubliek, gepaste hulpmiddelen...)
|
Je spreekopdracht beantwoordt voldoende aan de opdracht (afgesproken duur,
gepast doelpubliek, gepaste hulpmiddelen...)
|
Je spreekopdracht beantwoordt onvoldoende aan de opdracht (afgesproken duur,
gepast doelpubliek, gepaste hulpmiddelen...)
|
Je spreekopdracht beantwoordt niet aan de opdracht (afgesproken duur,
gepast doelpubliek, gepaste hulpmiddelen...)
|
| 2 | 1.5 | 0.5 | 0 |
|
Je hebt de inhoud op een heel creatieve of humoristische manier verwoord. Je hebt veel
aandacht besteed aan de lay-out van je powerpoint. Je powerpoint is heel functioneel.
|
Je hebt de inhoud op een voldoende creatieve of humoristische manier verwoord. Je hebt voldoende
aandacht besteed aan de lay-out van je powerpoint. Je powerpoint is voldoende functioneel.
|
Je hebt de inhoud op een onvoldoende creatieve of humoristische manier verwoord. Je hebt onvoldoende
aandacht besteed aan de lay-out van je powerpoint. Je powerpoint is onvoldoende functioneel.
|
Je hebt de inhoud niet op een creatieve of humoristische manier verwoord. Je hebt (bijna) geen
aandacht besteed aan de lay-out van je powerpoint. Je powerpoint is weinig functioneel.
|
| 2 | 1.5 | 0.5 | 0 |
|
Je spreektempo is heel gevarieerd. Je gebruikt nauwelijks stopwoorden. Je woordkeuze is heel
gevarieerd en rijk.
|
Je spreektempo is voldoende gevarieerd. Je gebruikt af en toe stopwoorden. Je woordkeuze is voldoende
gevarieerd en rijk.
|
Je spreektempo is onvoldoende gevarieerd. Je gebruikt redelijk veel stopwoorden. Je woordkeuze is onvoldoende
gevarieerd en rijk.
|
Je spreektempo is heel weinig gevarieerd (monotoon). Je gebruikt veel stopwoorden. Je woordkeuze is weinig
gevarieerd en rijk.
|
| 2 | 1.5 | 0.5 | 0 |
|
Je kijkt je publiek voortdurend aan. Je gebruikt constant je handen, je mimiek, je lichaam, … om dingen uit te drukken.
Je straalt veel enthousiasme en betrokkenheid uit.
|
Je kijkt je publiek voldoende aan. Je gebruikt soms je handen, je mimiek, je lichaam, … om dingen uit te drukken.
Je straalt voldoende enthousiasme en betrokkenheid uit.
|
Je kijkt je publiek onvoldoende aan. Je gebruikt nauwelijks je handen, je mimiek, je lichaam, … om dingen uit te drukken.
Je straalt onvoldoende enthousiasme en betrokkenheid uit.
|
Je kijkt je publiek (bijna) niet aan. Je gebruikt (bijna) nooit je handen, je mimiek, je lichaam, … om dingen uit te drukken.
Je straalt (heel) weinig enthousiasme en betrokkenheid uit.
|
| 2 | 1.5 | 0.5 | 0 |
|
Je taalgebruik (woordkeuze, zinsbouw) is correct. Je taal is zeer goed aangepast aan je publiek of aan je tekstdoel
(bijvoorbeeld zakelijk genoeg). Je benadert het AN (zeer) goed. Je spreekt luid en duidelijk.
|
Je taalgebruik (woordkeuze, zinsbouw) is voldoende correct. Je taal is voldoende aangepast aan je publiek of aan je tekstdoel
(bijvoorbeeld zakelijk genoeg). Je benadert het AN voldoende. Je spreekt luid en duidelijk genoeg.
|
Je taalgebruik (woordkeuze, zinsbouw) is onvoldoende correct. Je taal is onvoldoende aangepast aan je publiek of aan je tekstdoel
(bijvoorbeeld zakelijk genoeg). Je gebruikt soms te veel dialect. Je spreekt soms te stil en te mompelend.
|
Je taalgebruik (woordkeuze, zinsbouw) is weinig correct. Je taal is (bijna) niet aangepast aan je publiek of aan je tekstdoel
(bijvoorbeeld zakelijk genoeg). Je spreekt heel dialectisch. Je spreekt vaak te stil en te mompelend.
|
| 2 | 1.5 | 0.5 | 0 |
|
Je presentatie is heel duidelijk gestructureerd (inleiding, midden, slot,
gebruik van signaalwoorden…). Wat je vertelt is heel duidelijk voor de luisteraar.
Je geeft veel achtergrondinformatie.
|
Je presentatie is voldoende duidelijk gestructureerd (inleiding, midden, slot,
gebruik van signaalwoorden…). Wat je vertelt is voldoende duidelijk voor de luisteraar.
Je geeft voldoende achtergrondinformatie.
|
Je presentatie is onvoldoende gestructureerd (inleiding, midden, slot,
gebruik van signaalwoorden…). Wat je vertelt is onvoldoende duidelijk voor de luisteraar.
Je geeft weinig achtergrondinformatie.
|
Je presentatie is (bijna) niet gestructureerd (inleiding, midden, slot,
gebruik van signaalwoorden…). Wat je vertelt is heel onduidelijk voor de luisteraar.
Je geeft (bijna) geen achtergrondinformatie.
|